|
Sulawesi |
|
1992 |
Dinsdag 11 Augustus - Van Kalimantan naar Ujung Pandang in Sulawesi |
Ons avontuur in Kalimantan zit er op en we kijken uit naar het
tweede deel van onze reis, Sulawesi. We hebben een vlucht van Balikpapan
naar Ujung Pandang geboekt en zien dus af van de primitieve oversteek
per boot. Om 6:30 nemen we vanuit het hotel een taxibus (fl.45,-) naar het vliegveld van
Balikpapan, waar we om 9 uur arriveren.
Met een kleine vertraging vertrekken we naar Ujung Pandang, de hoofdstad van
Sulawesi. Het is een korte vlucht van iets meer dan een uur. Vanuit de
lucht kunnen we goed de schitterende koraaleilandjes voor de kust van Sulawesi zien.Bantimurung, een vlinderparadijs Vanaf het vliegveld nemen we voor fl.12,- de taxibus naar het plaatsje Bantimurung. Het is ongeveer 40 minuten rijden door de groene sawa's. Als we de zijweg naar Bantimurung op rijden moeten we onder een 10 meter hoge stenen aap door. We hebben geluk. Het hotelletje heeft maar 6 kamers en is vol. De meesten blijven hier een paar dagen, maar vandaag gaan er net twee weg. Het is een heerlijk hotelletje in het "Bantimurung Sanctuary", een soort natuurpark. Deze plaats is vooral bekend om zijn vele prachtige vlinders. Vooral na een regenbui moet het hier vol zijn van de vlinders. Ook nu zien we prachtige exemplaren. Het is jammer dat de mooisten door tientallen jongetjes na ontpoppen vrijwel direct gevangen worden om opgezet te worden. Het hotelletje ligt heerlijk rustig aan een riviertje. We hebben deze tip van Gert en Dagmar die we vorig jaar in Irian Jaya tegen kwamen. Zij sliepen iets verderop op een nog mooier plekje. Dit hotelletje van dezelfde eigenaar is echter vorig jaar in vlammen opgegaan. We zitten dus in een spiksplinternieuw hotel. Er wordt nog steeds hard gewerkt en het restaurant is nog in aanbouw. Het hotel is officieel nog niet eens open. We lopen een stukje het bos in. Er zijn een paar grotten waar we naar toe lopen. We hebben geen licht en gids bij ons zodat we maar terug gaan. Bij een waterval relaxen we een uurtje en genieten van de omgeving. Bij één van de primitieve restaurantjes werken we voor fl.1,- een heerlijke hap nasi naar binnen. De andere gasten van ons hotel zijn er ook. We zitten dan ook al snel gezellig te kletsen met twee Nederlanders die net uit Torajaland komen. We hebben mazzel, want er staat de komende week een grote ceremonie op het programma. |
Woensdag 12 Augustus Bantimurung |
We slapen heerlijk met het geruis van de waterval in de verte. Onze dromen
worden om 7:15 wreed gestoord door het getimmer van de werklui. Als we onze neus
buiten de deur laten zien staat meteen het knulletje klaar die ons gisteren
aanbood onze gids te zijn. We gaan door de knieën en bespreken hem voor
vanmiddag 16 uur om de grotten van binnen te bekijken.
Ujung Pandang We gaan vandaag eerst naar Ujung Pandang. We lopen eerst langs het zwembad naar de grote weg. Hier nemen we een bemo naar Maros en daar weer verder naar Ujung Pandang. De reis valt tegen en we zijn pas na anderhalf uur in de stad. Met de beçak rijden we naar het postkantoor. Er is post van het thuisfront. Twee brieven van Ans en een van Ine. Ien is helemaal blij. We bellen ook even naar huis om door te geven dat alles nog steeds goed gaat. Bob had ook net naar huis gebeld om te vertellen dat Annemarie en Henri goed aangekomen zijn in Colombia. Ik bel ook even met de KLM op Bali om de terugvlucht te bevestigen. In een Amerikaanse MacDonalds-achtige tent nemen een cheeseburger en een drankje. Wat hadden we een dorst! We gaan ook nog even naar het Nederlandse fort Port Rotterdam. Het is allemaal goed onderhouden. De meeste huizen zijn nog in gebruik of ingericht als museum. Het in 1673 herbouwde fort diende als basis voor de bescherming van de noordelijke buitenwijken. Er is hier in het verleden menig robbertje gevochten. De musea in het fort stellen teleur. Er zijn wat potjes en lapjes te zien, maar niets over de historie van het fort. Nadat we alle zakelijkheden hebben geregeld gaan we weer terug naar Bantimurung. Het knulletje Ragman wacht ons al op. Het is te laat voor de excursie naar de grot, zodat we hem een drankje geven en het uitstellen tot morgen. Hij gaat naar huis en wij lopen nog even het park in. Er gaat een heerlijk stil paadje achter de waterval langs de rivier. We zijn helemaal alleen en horen alleen de krekels en het kabbelende water. De rivier is schitterend emerald groen. In de bomen zien we vijf apen die zich tegoed doen aan de tuakvruchten. Ook zien we weer nieuwe kleurige vlinders. Een te gek paadje. Vlak voor donker zijn we terug. Op het terrasje voor de deur genieten we nog even na. Van onze Duitse buren krijgen we een stukje watermeloen. Zouden ze weten dat dat mijn lievelingsvrucht is? |
Donderdag 13 Augustus -
Bantimurung naar Pare Pare |
Bantimurung: wandelen in het paradijs
Ragman staat al vroeg met een olielamp voor de deur. Ien baalt dat we al zo vroeg naar de grotten moeten. Het is een klein, maar gemeen klimmetje naar de twee grotten die tegenover elkaar liggen. We gaan alleen de "dreaming cave" in. Er blijkt licht te zijn. Op een "geheim" plekje zit een schakelaar, die een paar lampjes ontbrandt. Lang niet voldoende om zonder sterke lantaarn de grot in te gaan. Er is ook een pad gemaakt dat een paar honderd meter de grot in gaat tot een grote kamer. Er zijn veel vleermuizen te zien. De grot zelf stelt niet veel voor en we zijn dan ook snel weer buiten. Ragman wil graag goed Engels leren spreken en vraagt of we met hem willen corresponderen. Ook wil hij de foto's hebben. We vinden het best, maar passen onze tactiek toe: We schrijven pas als hij eerst schrijft. We horen dus nooit meer iets van hem. We gaan weer naar het paadje achter de waterval. Geen apen vandaag, maar wel veel hagedissen en vlinders. Ook heeft een prachtig ijsvogeltje hier zijn jachtgebied. Na een kilometer houdt de weg op bij een tweede waterval. Volgens het boek kun je na een klimmetje wel verder, maar een groot waarschuwingsbord houdt ons tegen. Er schijnen hier regelmatig dodelijke ongelukken te gebeuren. Vanmiddag gaan we richting Torajaland. Als we de spullen nog aan het pakken zijn komen drie Nederlanders. Ze willen onze kamer en wachten tot we klaar zijn. Ze komen net uit Torajaland en geven ons een paar goede tips. Busrit naar Pare Pare Pare Pare We lopen terug naar het hotel en komen zo bij de pasar malam (avondmarkt). Je kunt zien dat hier nauwelijks toeristen komen. Iedereen zwaait en lacht naar ons. Het is erg gezellig met al die met olielampjes verlichte kraampjes. Iedereen wilde weer op de foto en ze bedankten ons zelfs hiervoor. Een man met geluidsinstallatie bracht met behulp van tekeningen de gevaren van geslachtsziekten bij. Een amusante avond. |
Vrijdag 14 Augustus Rantepao |
Busrit naar Torajaland Het is een prachtige tocht. Na twee uur rijden komen we door een natuurpark. We zien schitterende vogels met lange staart en lange snavel. Jammer dat we er niet even uit kunnen. De benen worden pas bij een restaurantje langs de weg gestrekt. Het is gezien de onvriendelijke bediening en Westerse prijzen een door toeristen veelbezochte plaats. Na een kwartiertje vervolgen we langs de rijstvelden weer onze weg. Na een rit van bija zeven uur komen we aan in Rantepao, de hoofdstad van Torajaland. Rantepao Na een tukje gaan we op zoek naar het toeristenburo. Het is dicht, maar onze
vragende ogen lokte meteen een lokale gids. Bij hem thuis toont hij ons een
kaartje van de omgeving en vertelde wat er zoal te doen is in het land van de
Toraja's. We besluiten morgen met hem op pad te gaan.
We lopen ook wat andere hotelletjes af. Het Indra hotel is leuk met een tuin
en gezellig restaurant. Wisma Maria is een stuk eenvoudiger, maar ziet er ook
leuk uit. |
Zaterdag 15 Augustus -
Tana Toraja - 1e excursie |
De hele dag houden blaffende honden en kraaiende hanen ons wakker. Ook in
dit opzicht lijkt het hier op Bali. Ik zoek in het donker een hotelletje. Het
wordt wisma Maria. Schone grote kamer met warme douche. Een eigen balkon en een
leuke tuin voor dezelfde prijs als onze homestay. We kunnen er pas om 10 uur in
zodat we er alleen onze rugzakken droppen. De homestay die we gisteren besproken
hebben doen we over aan twee Nederlandse budgettravellers. Samen met Angelique
en Johan regelen we via de aardige vrouw van de homestay een auto met gids. We
willen vandaag iets zien van de afgelegen Torajagebieden. Ook moet er ergens
een begrafenisceremonie zijn.Markt van Rantepao De markt net buiten Rantepao staat als eerste op het programma. We geven twee Argentijnen, Ruben en Tessa, een lift. Als ze horen van onze toer besluiten ze met ons mee te gaan. De gids slaat er wel meteen een slaatje uit en verhoogt de prijs. Op de markt worden naast gewone goederen ook buffels verhandeld. Het zijn er honderden. Een gewone buffel kost fl.1000,-, terwijl een gevlekte wel fl.6000.- op kan leveren. Er wordt flink gehandeld. Veel buffels worden gebruikt als geschenk bij een begrafenisceremonie. De begrafenisceremonie. Als een Toraja sterft wordt hij/zij niet meteen begraven, maar ingebalsemd en
in een kist in de Tongkonan (De fraai gevormde Torajawoning) bewaard.
Voor de Toraja's is de overledene niet dood, maar ziek. In overleg met de
familie wordt een datum voor de dodenceremonie bepaald. Doorgaans is dit in
juni, juli of augustus omdat dit de vakantieperiode is en de Toraja's die buiten
Sulawesi leven dan ook aanwezig kunnen zijn.
Een ceremonie kost erg veel geld zodat het soms wel 10 jaar duurt voordat de
financiën rond zijn voor het feest.
Een eenvoudige ceremonie duurt 4 dagen. Uit alle uithoeken komen de gasten
samen in het dorp van de overledenen. Hier worden speciale gastenverblijven
gebouwd. Veel Toraja's hebben familie in het buitenland of de overige eilanden
van Indonesië. Het is dus een hele organisatie.
Aan het begin van de ceremonie wordt het lijk, vaak niet meer dan wat botjes,
uit de Tongkonan gehaald en op een centrale plaats gezet. De directe familie
blijft dag en nacht bij de kist.
Als de Taraja's animist zijn (90 % is Christelijk) wordt er van de overledene
een tau-tau gemaakt. Een tau-tau is een houten evenbeeld van de overledene die
de graftombe moet bewaken. Op de markt is ook een varkensafdeling. De dieren liggen in grote rijen aan
een draagbaar op de grond. Ook de varkens gaan in deze ceremoniemaande grif van
de hand. Als je niet zo close bent met de overledenen of simpelweg niet genoeg
geld hebt geef je een varken.
Er vindt ook een levendige handel plaats in palmwijn. Dit lokale brouwseltje
wordt in bamboestengels bewaard. Met een kwastje lepelen ze wat op om eventuele
kopers te laten proeven. Ook twee kappers doen goede zaken.
In een supermarkt kopen we twee sloffen sigaretten als geschenk voor de
familie van de overledene van de ceremonie die we vandaag gaan bezoeken. De witte tau-tau's van Suaya We zijn erg te spreken over onze gids Clemence en besluiten hem morgen nog een
dag in te huren. De cijferblinde Argentijn rekent alles op zijn rekenapparaat
nog even goed na. 25.000 plus 30.000 maal 2 is effe kijken, druk, klik, druk
110.000 roepies! Oei, nu zit hij diep in de problemen want hoe moet je een
derde hiervan, oftewel 36.666,66 roepies betalen! |
Zondag 16 Augustus -
Tana Toraja - 2e excursie |
De sawa's van Lempo Om half 7 gaat de wekker. Snel op en naar homestay Rainbow om de rest op te halen. Clemence neemt het er echter van en komt pas om 8 uur aankakken. Volgens mij heeft hij al zijn geld van gisteren verzopen en loopt hij nu met een levensgrote kater rond. We gaan vandaag het noorden de Tana Toraja verkennen. Via een erg slechte weg komen we bij Lempo. Hier staan menhirs is de tuin van een verlaten Tongkonan. Ze moeten overleden voorouders voorstellen. We vinden de prachtige omgeving interessanter. Sawa's met hardwerkende mensen geflankeerd door in groen verstopte nederzettingen met grote Tongkonans. Een man heeft in de rivier net een enorme paling gevangen. Clemence koopt de vis meteen voor fl.20,- en denkt er op de markt het dubbele voor te kunnen vangen. Ook komen er veel mannen voorbij met geplukte bosjes rijst aan een bamboejuk. Een erg grappig gezicht. Als we verder de bergen in rijden komen we bij een toeristenval. Het dorp moet het zijdecentrum van de streek zijn, maar blijkt een ordinair verkooppunt van T-shirts en andere prullaria te zijn. Zelfs het shopje waar zijde (uit Thailand ?) verkocht wordt toont niets van het zijdeproces. Ze hadden zich niet eens de moeite getroost een paar cocons op een schaaltje te leggen. Als we de zooi verlaten en ze alsnog entree willen heffen kan ik met moeite mijn middelvinger in mijn zak houden. Samen met ons zijn er ook nog drie bussen van de Boer en (Z)Wendel in dit dorpje. Wat een mensen. Ien heeft het meteen aan de stok met een arrogante Nederlander. Ze snauwt hem toe dat hij zeker die boer is van Boer en Zwendel. Wandeling door sawa's en authentieke dorpjes Een stukje verderop gaan we te voet verder. Je moet hier vanaf de heuvels een waanzinnig mooi uitzicht hebben over de groene sawa's. Helaas zijn de sawa's hier bruin door de droogte, zodat het wel mooi is, maar niet zo waanzinnig als verwacht en de plaatjes in de boeken. Na een uurtje komen we bij een guesthouse dat over de vallei uitkijkt en lunchen hier. Clemence zit stil in een hoekje. Als we vragen waarom hij zich zo afzondert bekent hij na lang aandringen dat hij hond aan het eten is en dat toeristen dat doorgaans niet zo kunnen waarderen. Om 1 uur lopen we verder in de richting van Rantepao. We komen op deze populaire route kinderen tegen die in de hoop op een presentje uitbundig liedjes voor ons zingen. Ze zijn al van verre te horen. We zien ook twee koffieplukkers en de bomen waarvan de vruchten dienen om tuak te brouwen. Tegen deze bomen is vaak een primitieve ladder gebouwd om er beter bij te kunnen. Als de vruchten rijp zijn worden ze geplukt en een paar dagen gedroogd. Het sap loopt er dan vanzelf uit. In een bamboe koker laten ze het vervolgens gisten tot het alcoholrijke goedje. Bij Pana staat ook een babyboom en een grot met graven. Bij de verder niet zo interessante graven staan beneden allemaal bordjes met eten voor de doden. In een piepklein traditioneel dorpje probeert de indo Angelique met succes een oude ani-ani (rijstmesje) voor haar ouders, die vroeger ook op de rijstvelden hebben gewerkt, op de kop te tikken. Een leuk souveniertje. De mensen hebben meteen de smaak van het handelen te pakken. De Argentijn Ruben is op zoek naar een pruimtabaksdoosje. Ze komen met een schattig bamboe doosje aan waar de natte pruimtabak nog in zit. Ze vragen fl.5,-. Hij wil het niet en zegt wel zo'n kitsding in de winkel te kopen, zodat wij er meteen beslag op leggen. Wat een rare pief die Argentijn. Liever een toeristisch geval willen hebben omdat het twee kwartje goedkoper is. Nu we er op letten zien we de vrouwen op de rijstvelden met de ani-ani werken. Het is een hele kunst. Als we een paar uurtjes hebben gelopen krijgt Ien last van bibberbenen en ze is blij als we voor vieren bij een bemo komen die ons in 15 minuten terug naar Rantepao brengt. De rest moet nog zaakjes regelen zodat we Clemence hartelijk bedanken en we onze eigen weg gaan. Na wat winkeltjes afgelopen te hebben nemen we het er even van op onze galerij. 's Avonds eten we in het Mambo restaurant. Johan en Angelique zijn er ook zodat het erg gezellig is. Buiten is er een optocht met fakkels. Waarschijnlijk ter ere van de onafhankelijkheidsdag van morgen. We kopen nog een zak kroepoek en relaxen tot een uur of tien op de galerij voor onze kamer, waar de tjitjaks op het plafond op vliegjes jagen. |
Maandag 17 Augustus Rantepao |
Onafhankelijkheidsdag Het is vandaag onafhankelijkheidsdag. Op naar het centrum. Op de rante, het grote plein, is een plechtige ceremonie aan de gang. Er zijn allemaal mensen in uniform of ander eenheidspakje. Onder tromgeroffel wordt de vlag gehesen en een man met veel blinkende insignes houdt een vaderlandslievende toespraak. Verder is er niet veel te beleven. Als ik probeer cheques in te wisselen doet de man moeilijk over mijn handtekening die niet zou lijken op de andere. Ik krijg aanvankelijk geen geld en de waardeloos geworden cheque terug. Ik zet boos nog een handtekening die er beter op lijkt, maar de neuroot vraagt alleen waarom deze weer afwijkt van de vorige. Ik vraag naar de baas, maar deze is er niet. Als hij de volgende klant begint te helpen steek ik daar een stokje voor en zeg niet eerder weg te gaan voordat zijn baas er is. Uiteindelijk bemoeit een andere medewerker zich ermee en betaald de cheque uit. Als we ons geld na tellen horen we dat de man ook de cheques van de man na ons niet accepteert omdat ook deze handtekening niet zou kloppen! We moeten morgen helaas uit ons hotel en regelen een ander hotel. Helaas een stuk minder, maar er is weinig anders te vinden. Zware wandeling vanaf
Londa |
Dinsdag 18 Augustus Rantepao |
Als Ien opstaat kan ze haast niet lopen van de spierpijn. Na de douche gaat
het gelukkig wat beter. Nadat we alles ingepakt hebben en weg willen zien we
twee mensen inchecken die niet hadden gereserveerd. Wij meteen de baas gevraagd
hoe dat zit. Er blijken wat annuleringen te zijn, zodat we onze kamer kunnen
houden. Ze zullen je niet even waarschuwen, hè. Tijdens het ontbijt komt er een optocht langs. Ien gaat uit haar dak, want het is kindercarnaval. De vliegende honden van Nangala Nadat we het Indra hotel weer hebben afgezegd en op het postkantoor het hongerige thuisfront van leesvoer hebben voorzien nemen we de bemo naar het noordelijk gelegen Nangala. Het laatste stukje weg is erg slecht, maar brengt ons precies waar we moeten zijn. Ook hier moeten we de gebruikelijk 1000 roepies (fl.1,-) dokken om het piepkleine dorpje in te mogen. Er staan veel traditionele Tongkonan en heel veel rijstschuren. Aan de rand van het dorp is een klein bamboebos waar het wemelt van de vliegende honden. We nemen een paadje naar de sawa's achter het dorp. Er komen net vrouwen met bosjes rijst om uit te zetten. Ze gooien het in een lege sawa. Voor het planten stropen ze de sawa af op zoek naar slakken. Ze vinden er tientallen. Het is een lekkernij. Na de koffie halen ze de bosjes rijst uit elkaar en planten de jonge rijst in de blubber. Dit gaat razendsnel en de sawa is binnen de kortste keren beplant. We lopen een stukje verder en zoeken een lekker plekje op om te lezen. We genieten van de stilte en het uitzicht. Als aan het eind van de middag een man achter ons hooi gaat verbranden is dat het sein om terug naar Rantepao te gaan. 's Avonds komen we Clemence weer tegen in het Mambo restaurant. Hij heeft een grote hoorntor aan een touwtje. Als hij het dier door het restaurant laat vliegen gaan sommige vrouwelijke toeristen op tilt en verlaten gillend het pand. Op aandrang van de eigenaar wordt het arme dier even later dood gemaakt. |
Woensdag 19 Augustus Rantepao |
Lemo We slapen lekker uit tot 8 uur en relaxen tot het middaguur lekker op ons
balkonnetje.
Als de zon het hoogst staat en de toeristen terugkomen voor hun siësta nemen
wij de bemo naar Lemo. Het is een bekend plaatsje. We zijn wel de enige
toeristen, maar de winkeltjes en het gastenboek verraden dat het hier doorgaans
wemelt van de toeristen. De attractie van Lemo is een schitterende klip met
meerdere galerijen vol tau-tau's. Het is de mooiste die we tot nog toe hebben
gezien. We lopen nog een beetje over en langs de sawa's, maar het is zo
bloedheet dat we snel de bemo terugnemen en ons af laten zetten bij de brug vlak
voor Rantepao. We gaan de brug over en volgen een stukje de weg naar de plaats
waar we de eerste dag zulke mooie sawa's hebben gezien. We worden meteen lastig
gevallen door kinderen die gula gula (snoep vragen). We antwoorden "amme hoela"
en lopen door. Na een paar mooie foto's aan we weer terug naar Rantepao en
kopen de tickets voor de bus naar Ujung Pandang van morgen. |
Donderdag 20 Augustus -
Terug naar Ujung Pandang |
Om 7 uur staan we bepakt en bezakt op de bus te wachten. Op straat zijn al
veel schoolkinderen en beçakrijders in de weer. De bus haalt ons bij ons hotel
op. Als hij er om 8 uur nog niet is maken we ons een beetje zorgen. We blijken
de laatsten te zijn die opgepikt worden. Scheelt toch weer een uur bussen. Onderweg maken we twee korte stops. Ien gaat er naar het toilet en moet meteen weer aan het smerige Marallal in Kenia denken. Ze heeft meteen geen plasgevoel meer! Half vijf zijn we bij de terminal van Ujung Pandang en gaan met de overvolle bemo verder naar het centrum. Lopend bereiken we het sjieke Marannu hotel. Ien heeft het weer helemaal naar haar zin. Luxe 2 persoonskamer, TV en zwembad voor de deur. Desondanks lopen we nog wat andere hotels af, maar die zijn toch minder. Na een duik in het zwembad nemen we de beçak naar de pizzahut, waar we tot onze verrassing de enige westerlingen zijn. Heerlijk om na al die bakken rijst even wat anders te eten. |
Vrijdag 21 Augustus - Ujung Pandang |
We nemen vandaag eerst wat geld op bij de bank. De meisjes, waarvan er één
Anneke heet, kennen ons nog van de vorige keer. Ze weten zelfs onze namen nog.
Ze mogen ons blijkbaar zo graag dat we net als in Samarinda fl.100,- te veel
krijgen. Ook nu geven we het uiteraard terug. Snorkelen op Samalona |
Zaterdag 22 Augustus - Ujung Pandang |
Ik heb in het handboek het adres ontdekt van een bakker. Wij er met de beçak
naar toe. We kopen een halfje brood en ik neem in het "restaurant" twee zoete
broodjes met een bakje thee. Ien wil een paar sneetjes van het halfje ongezoet
brood, maar dat begrijpen ze niet. Pas als we weg gaan komen ze met het halfje,
gedragen op een glimmend presenteerblaadje, aanzetten. In de kamer nemen we dus
pas een boterham met jam.
Weer naar Samalona Als we terug zijn in de haven van Ujung Pandang moeten we een stukje door het
smerige en stinkende water lopen. Bij een put kunnen we gelukkig onze benen
wassen. Een Indonesiër heeft er niets van en staat een stukje verderop zijn
kleren in het vieze water te wassen. Ik ben niet vies uitgevallen, maar het is
echt smerig. |
Zondag 23 Augustus - Ujung Pandang |
We slapen lekker uit en checken om precies 12 uur uit. Bij de receptie vragen
we naar de prijs van een taxi naar Bantimurung. Ze vragen fl.50,-. Ja dag, we
gaan wel ergens anders. Een mannetje probeert voor ons af te dingen terwijl wij
(vergeefs) op het postkantoor kijken of er post ligt. Op de parkeerplaats
regelen ook even een andere taxi voor fl.17,-. We liggen dan ook dubbel als het
mannetje van het hotel met een gezicht van "dat heb ik even gefikst" vertelt dat
hij de eerste taxi voor ons geregeld heeft voor maar fl.45,-. Terug naar de
rust van Bantimurung |
Maandag 24 Augustus - Bantimurung |
De grotten van Leang Leang In de bloedhitte gaan we met twee bemo's naar de grotten van Leang Leang. De eerst bemo zet ons af bij een zijweg, waarna een tweede ons over een stoffige weg door een schitterend landschap naar de grotten brengt. Als we bij de grotten aankomen blijkt het hek dicht te zijn. We balen stevig. Een man ziet het en waarschuwt de sleutelbewaarder die ons matst en het hek open doet. Hij leidt ons rond en toont ons de prehistorische tekeningen die deze plaats zo bekend maakt. In de eerste grot zijn 5000 jaar oude afbeeldingen van handen te zien. Ze hielden gewoon hun hand tegen de rots en spuwden met rode kleurstof de rots rond hun handen rood. Om de tweede grot te bereiken moeten we een hoge trap op klauteren. Ook hier weer die handjes en een tekening van een karbouw of varken. Het is te warm om een stukje te wandelen in de omgeving, zodat we achter in de laadbak meeliften naar de grote weg. De rest van de middag verblijven we in een groot en schoon zwembad met een grote tuin in Bantimurung. Het is extreem rustig en als we aankomen zijn we de derde en vierde bezoeker. Tegen de avond verpozen we weer bij de waterval in het park. Ik ga er dit keer onder. Goddelijk. Er zijn in de rotsbodem een paar gaten waar je heerlijk in kunt liggen. Als Ien een foto van me wil nemen snelt een leuke vrouw naar me toe om er ook op te kunnen. Komisch mens. De avond is weer lekker relaxed. Ien vindt deze vakantie zo heerlijk dat ze het in tegenstelling tot andere jaren niet leuk vindt om naar huis te gaan! |
Dinsdag 25 Augustus - Naar Bali |
Nog even relaxen in Bantimurung We eten onze laatste voorraad op. Crackers met lekker dik beleg en een heerlijk bakje bosbessenthee. Nadat we voor vanmiddag een taxi naar het vliegveld hebben geregeld zoeken we weer de hemelse waterval op. Ook Ien waagt zich nu onder de massagestralen. Het is behoorlijk druk. Busladingen toeristen komen even een foto nemen als laatste stop naar het vliegveld. Veel van hen zijn zo stom om opgezette vlinders te kopen. Zo help je lekker mee om dit paradijsje om zeep te brengen. Na een hoop gezeur met (alweer) Fransen over ons transport naar het vliegveld gaan we met een andere dan de geregelde taxi om half vier naar het vliegveld. Het inchecken gaat vlot. Het is nu nog twee uur wachten op vertrek. Vorig jaar zaten we ook al in deze hal. Toen kwamen we uit Irian Jaya en moesten ook naar Bali. We hadden een paar uur vertraging en kregen de zoveelste blauwe Merpati-bak met voer. Die bakken voer achtervolgen ons nog wel eens als we een nachtmerrie hebben. Vliegen naar Denpasar (Bali) Het is twee uurtjes vliegen naar Denpasar in Bali, waar we om half acht aankomen. Het is net of we op een ander vliegveld zijn beland. Ze zijn het helemaal aan het verbouwen, zodat we het haast niet herkennen. We kopen in de chaos een taxiticket, waarmee we een taxi kunnen nemen naar het toeristenplaatsje Legian. De chauffeur praat aan één stuk door. We zeggen af en toe "yes", waarna hij weer verder praat. We nemen net als vorig jaar het Matahari hotel. Ook Matahari is enorm veranderd. Er is een moderne vleugel, een restaurant en een groot zwembad bijgebouwd. We verwennen ons en nemen een kamer in het nieuwe gedeelte. Als we zeggen dat we hier vorig jaar ook zijn geweest valt er meteen van alles te regelen. De prijs zakt en morgen mogen we ook na het uitchecken van alle faciliteiten gebruik maken. Na het inchecken gaan we meteen naar ons favoriete restaurant van vorig jaar, "kopi pot". Er is gelukkig nog een tafeltje vrij in dit waanzinnig gezellige openluchtrestaurantje. We nemen weer saté op een roostertje. Alsof we niet weggeweest zijn. Op ons balkon genieten we voor de laatste maal van de krekels. |
Woensdag 26 Augustus - Kuta - Naar huis |
Kuta (Bali) We hebben een lekker ontbijtje op ons balkon. Jaffle (tostie met ei en tomaat) en een fruitsalade. Thee zetten we zelf maar, want die is niet te pruimen. We brengen zelf het dienblad terug. Dit kleinigheidje wordt zo erg gewaardeerd dat de bedienden ons de hele dag toelachen. Op weg naar het postkantoor loopt Ien alle winkeltjes af, en dat zijn er nogal wat! Ze slaagt meteen. Voor Mik een zilveren hangertje (wajangpop) en oorbellen (angklung), voor Nine een houten kikker en voor Ans een bananenboompje. Post uit Nederland! Op het postkantoor gaat Ien uit haar dak. 5 brieven! Van beide moeders twee en ook eentje van Annemarie uit Colombia. Hartstikke leuk! Op ons balkonnetje lezen we ze nog eens over voor we om 12 uur uit checken. De spullen zetten we in een kamer, waarna we de bar bij en in het zwembad opzoeken. Onze vakantie sluiten we af in steil bij Kopi Pot. We realiseren ons nauwelijks dat de saté die we in deze leuke gelegenheid nemen de laatste is die we voorlopig in Indonesië nemen. Het avontuur zit er op. We pakken de spullen en nemen de taxi naar het vliegveld. Ik denk vroeg te zijn (2 ½ uur van te voren) om een niet-roken plaats te bemachtigen en we staan ook nagenoeg vooraan in de alsmaar langer wordende rij. Desondanks is er niet één niet-roken plaats in het vliegtuig te vinden. De groepen hebben alle niet-roken plaatsen ingepikt. Die komen straks natuurlijk paffen bij ons. We vragen ons af waarom zij wel en wij niet een niet-roken plaats kunnen reserveren bij het bevestigen van de vlucht. Aangezien dit al de tweede maal in successie is dat de KLM ons zo iets flikt besluiten we ter plekke voorlopig niet meer met de KLM te vliegen. Bij andere maatschappijen hebben we nooit last gehad. Achter ons staan mensen zich over hetzelfde op te winden. We nemen dit jaar geen groen uitgeslagen ijsje in de wachtruimte en na het gebruikelijke "Tax-free" winkelen vertrekken we om half acht richting huis. Na een voorspoedige vlucht zijn we een halve dag later terug in Amsterdam. We hebben weer een fantastische reis achter de rug. Vorig jaar maakten we kennis met het drukke Java, de papoea's van Irian Jaya en de uitbundige Hindoe-cultuur van Bali. Kalimantan en Sulawesi waren dit jaar weer heel andere eilanden. De natuur van Kalimantan (Borneo) en het Toraja volk in Sulawesi lieten weer een heel ander Indonesië zien. Apart en indrukwekkend! Een land dat we iedereen aan kunnen raden. |